Ze bestaan écht in Zweden: de krumuleutpillen (ook wel bekend als “krumelurpiller”) die Pippi Langkous dagelijks slikt om nooit groot te hoeven worden. Wij namen de hele doos om mee te dealen in Nederland (en - je weet maar nooit…- van de winsten een nieuwe uitgeverij op te richten 😍).

Oerlelijke kermisposters

over AI

Er komt een nieuwe kermis bij ons in de buurt. Wat ik daarvan vind, is voor een andere keer. Waar het me vandaag om gaat, is de poster. Niemand lijkt daar nog verantwoordelijk voor te zijn.

Het is duidelijk door AI in elkaar gezet. Iemand heeft waarschijnlijk drie half afgemaakte zinnen ingetypt, op Enter gedrukt en gedacht: ja hoor, prima zo. En dat was het weer. Klaar. Hup naar de drukker met dat ding.

Begrijp me niet verkeerd: kermisposters zijn van oudsher geen toonbeelden van grafisch vernuft. Ze zijn vaak schreeuwerig, druk en subtiel als… een botsauto die achteruit tegen een hotdogkraam, waarna de achtbaan het begeeft en alles met suikerspin weer aan elkaar gelijmd moet worden. Dat hoort er een beetje bij.

Maar dit…

Dit is een nieuw soort lelijk. Niet het soort waarvan je denkt: een talentloos iemand heeft hier in elk geval zijn best op gedaan. Nee, dit is zielloos lelijk. Alsof niemand er ooit echt naar gekeken heeft.

Ik zag hetzelfde laatst bij een sportkantine. Ik dacht nog: er moet toch iemand zijn? Iemand die het bestand opent, er vijf seconden naar kijkt en denkt: “Misschien toch niet.”

Blijkbaar niet.

Dit hieronder zijn wat oude Franse posters, waaraan je kan zien hoe het ook kan. En de betreffende poster.

Zomergedichten

Sommige tijdschriften voelen als een zomerdag. De nieuwe editie van DICHTER is er zo eentje. Verwacht gedichten die ruiken naar warm gras, lange avonden en vakantie, illustraties van Liekeland waar je echt blij van wordt en creatieve schrijfopdrachten die je alleen kunt doen of samen met je klas.

De illustraties zijn dus gemaakt door Lieke van der Vorst, de illustrator en kunstenaar achter Liekeland. Vanuit Eindhoven creëert zij al sinds 2011 werelden die tegelijk verstild en levendig aanvoelen. Met kleurpotlood, balpen en olieverf bouwt ze haar beelden zorgvuldig op, lijn voor lijn.

Wat haar werk zo bijzonder maakt? Het doet Japans aan in zijn eenvoud en compositie, is helder van kleur zonder schreeuwerig te zijn, en heeft volop aandacht voor de kleine details. Overal duiken dieren op: honden, ganzen, ezels en vliegende metgezellen die haar illustraties bevolken; soms absurdistisch en soms vanuit hun rol. In de details valt altijd wel iets nieuws te ontdekken.

De figuren in haar werk zijn vaak alleen, maar zelden eenzaam. Ze bevinden zich in kleine paradijsjes: tuinen, buitenplekken en stille landschappen waar je zelf ook meteen zou willen neerstrijken. Mensen en dieren leven er in een vanzelfsprekende harmonie samen. Die rust zit niet alleen in het beeld, maar ook in het maakproces. Lieke vertelt dat tekenen haar ontspant — en die kalmte straalt van iedere illustratie af.

Het fullcolour zomernummer van DICHTER is dan ook schitterend geworden. Naast de illustraties staat deze editie natuurlijk vooral weer vol poëzie. Je vindt er gedichten van onder anderen Annemarie van den Brink, Ienne Biemans, Jos van Hest, Mary Heylema, Hans Kuyper, Pim Lammers, Joke van Leeuwen, Elle van Lieshout, Benny Lindelauf, Erik van Os, Kate Schlingemann, Linda Vogelesang, Sandra de Weijze, Bette Westera en ondergetekende.

En er is meer. Zoals altijd nodigt DICHTER lezers uit om zelf aan de slag te gaan met taal. In deze editie vind je onder meer:

  • een laatste-woordengedicht, gemaakt met woorden uit de gepubliceerde gedichten;
  • opdrachten om nieuwe zomerwoorden te bouwen;
  • een zelfportret maken in getallen;
  • en nog veel meer verrassends…

*  Kortom: een nummer vol zon, verbeelding, poëzie, voor kinderen, volwassenen en iedereen daartussenin. Of, zoals de titel al zegt: van 6 tot 106 jaar.

Zomergedichten

Sommige tijdschriften voelen een beetje aan als een zomerdag. De nieuwe editie van DICHTER is er zo eentje. Vol gedichten die ruiken naar warm gras, lange avonden en vakantie, met illustraties van Liekeland waar je vaak erg blij van wordt en creatieve schrijfopdrachten die je alleen kunt doen (of natuurlijk samen met je klas).

De illustraties zijn dus gemaakt door Lieke van der Vorst, de illustrator en kunstenaar achter Liekeland. Vanuit Eindhoven creëert zij al sinds 2011 werelden die tegelijk verstild en levendig aanvoelen. Met kleurpotlood, balpen en olieverf bouwt ze haar zorgvuldige beelden lijn voor lijn op. Wat haar werk zo bijzonder maakt? Het doet Japans aan in zijn eenvoud en compositie, is helder van kleur zonder schreeuwerig te zijn, en heeft volop aandacht voor de kleine details. Overal duiken dieren op: honden, ganzen, ezels, zebra’s en vliegende metgezellen die haar illustraties bevolken; soms absurdistisch en soms vanuit hun rol. In de details valt altijd wel iets nieuws te ontdekken.

De menselijke figuren in haar werk zijn dikwijls alleen, maar zelden eenzaam. Ze bevinden zich in kleine paradijsjes: tuinen, buitenplekken waar je zelf ook meteen zou willen neerstrijken. Mensen en dieren leven er in een vanzelfsprekende harmonie samen. Die rust zit niet alleen in het beeld, maar ook in het maakproces. Lieke vertelt dat tekenen haar ontspant — en die kalmte straalt van iedere illustratie af.

Het fullcolour zomernummer van DICHTER is ronduit schitterend geworden. Naast de illustraties staat deze editie natuurlijk vooral weer vol poëzie. Je vindt er gedichten van onder anderen Annemarie van den Brink, Ienne Biemans, Jos van Hest, Mary Heylema, Hans Kuyper, Pim Lammers, Joke van Leeuwen, Elle van Lieshout, Benny Lindelauf, Erik van Os, Kate Schlingemann, Linda Vogelesang, Sandra de Weijze, Bette Westera en ondergetekende.

Stop een banaan in je oor en maak er wat van!

Wim T. Schippers is er niet meer en dat is een flink verlies. Niet zozeer om zijn museale werk, zijn pindakaasgeknoei of zijn vreemde standbeelden, maar de manier waarop zijn zinnen liepem. Dat rare afslaan halverwege, gevolgd door een geniale inval, waardoor je ineens op onbekend, onvermoed terrein terechtkwam.

Of zijn radio-improvisaties, zelfs wanneer iemand hem een doodgewone vraag stelde. Sommige cabaretiers kunnen dat, of een Godfried Bomans. Wim T. deed zijn mond open en je dacht: o nee… wat gaan we beleven? En tegelijk: ja. Neem me mee.

We zaten ooit tegenover hem bij een diner, in de kerk die onlangs afbrandde. We waren nog erg jong. Hij praatte veel en ik kon niet ophouden met lachen. Zelf zal ik weinig gezegd hebben. Of misschien juist wel, want hij vroeg ook dingen terug. Hij was niet alleen aan het zenden.

En dan Bert en Ernie.

Bert is verdrietig en nors. Dan begint Ernie uit te leggen hoe alles nóg erger kan.

Stel dat je duif dood is, Bert.

Stel dat ík wegga en nooit meer terugkom.

Dan kunnen we niet meer naar de dierentuin. Geen eendjes voeren.

Ernie sleept zichzelf steeds verder zijn eigen rampscenario in. En Bert?

Die wordt steeds vrolijker.

Kinderpoëzie.

Ernie eindigt ontredderd, meegesleurd door zijn eigen verbeelding en er kapot van, terwijl Bert helemaal is opgeknapt.

Wat zijn wij als kinderen verwend geweest met Sesamstraat.

Dus ik zou zeggen: stop een banaan in je oor en maak er wat van.

De glimwormenparty

Er zijn weinig avonden waarop je met een groep onbekenden door de modder van een Amsterdams bos sjokt op zoek naar een insect dat niemand kent of ziet. Maar gisteren was ik naar een “glimwormparty” in het Vliegenbos in Amsterdam Noord, een kleine kantine die was ingesloten door allerlei vervallen havenindustrie, voormalige hippiekolonies, oude scholen en vergeten woonwijkjes …

M. die het leidde was eerder stadsdichter van Amsterdam geweest en werd nu geïnterviewd door de Volkskrant over haar nieuwste project. Ze vertelde hoe de glimworm symbool stond voor van alles. En zei dingen als: “over de glimworm wordt al miljoenen jaren geschreven” en “een glimworm schuilt in ons allemaal” Ik wist niet helemaal of de wetenschap dit 100% ondersteunde, maar de poëzie ervan beviel me. Dichters doen dat in ieder geval al heel lang: zoeken naar glimmende woorden in de modder van de taal.

Zo liep ik tamelijk opgewekt naar een klein kantinetje dat daar stond opgesteld in een tuin vol bankjes, thee, chips, een podiumpje met daarop een grote witte wolfshond.

Het werd onverwachts druk, zeker voor een party die vooral over glimwormen ging. Ik vermoedde dat dit kwam vanwege het natuuraspect. De gilmwormen hadden al veel voor elkaar gekregen, werd me verteld: zo waren alle straatlantaarns vanaf elf uur in het Vliegenbos verboden, dankzij… jawel… serious business voor een onzichtbaar insect!

De sfeer was ontspannen, het kostte allemaal niks en iedereen praatte met elkaar. Mensen kwamen aansjokken van alle kanten. Sommigen per kano. Vanaf tien uur viel de schemering echt in en gingen we op pad.

Er werd nog wat gehupt en gehumt door zangeres J om ons nog aardser te maken dan we al waren. Ik overwoog zelfs kort om een gedicht voor te dragen, daar was dit precies de juiste groep voor, maar ik had niks bij me over een glimworm.

Om ons heen klonken geluiden van dreunende feesten uit zomers Amsterdam. En opeens slaakte iemand een doordringende gil en wees naar een klein groen puntje: DAAR!

IJ

Denkend aan ye was ik de laatste

dichter uit de treincoupé die altijd zo krap voelt

als iedereen op hetzelfde moment hetzelfde doet.

maar ik vergat de tijd denkend aan al die rare dingen

die ye vast niet dacht want woorden ruilen

voor wat geld blijft

a hell of a job

eenmaal buiten schitterden de golfjes

gouden zoals alleen het IJ dat kan op een

gewone doordeweekse ochtend en kocht ik

een croissant eentje voor de middag en eentje

voor de eendjes en vergat opnieuw de tijd

die daar gelukkig zelden over zeikt.

Het luchtalarm

Het luchtalarm blijft tōch bestaan, zo lees ik ergens. Maar heb je eigenlijk ooit iets aan een luchtalarm? Meestal denk je eerst: wat is dat voor een herrie? En dan landt dat vliegtuig, die helikopter of raket…

die drone, die zweefvlieger, die luchtballon,

die straaljager, die bom, die satelliet,

dat brok ruimtepuin uit Elons stal,

die meteoriet, die deltavlieger, die reclamezeppelin, die allerlaatste vuurpijl,

dat modelvliegtuigje, die ufo,

die vallende ster, die losgeraakte vrachtcontainer, die vogelzwerm

al lang en breed op je kop. 

Boxtel dan. Daar viel een boom precies op het hoofd van iemand. Minstens zo pijnlijk. Ook zij had niets aan het luchtalarm gehad.

Coco kan het

Op zaterdag ging ik nog even langs bij Bibliotheek Zuid-Kennemerland, één van de verborgen parels van Haarlem. En ik had bovendien nog een hele stapel met boeken liggen die veel te laat waren 😬

Laat het toevallig ook nog eens BoekStartdag zijn, dus ik viel met mijn neus in de boter: je kon schminken (meteen gedaan), naar muziek luisteren met en door peuters, een poppendokter raadplegen (dat was hard nodig), mijn bellenblaastalent demonstreren en de babybieb bezoeken.

Het mooist vond ik eigenlijk al die kinderen die enthousiast tussen de prentenboekenbakken stonden te bladeren en precies die boeken eruit trokken die hen aanspraken; soms denk je: niemand leest meer een boek, maar hier gebeurde het voor mijn ogen.

Mijn eigen kinderen zijn inmiddels helaas iets te oud hiervoor, dus ik liet het maar bij snel een paar foto’s maken. Wél bezocht ik - omdat ik nou eenmaal veel van kindertheater hou - de voorstelling ‘Coco kan het’, naar het bekende prentenboek van Loes Riphagen.

Poppenspeler Jogchem Jalink bracht het verhaal van het kleine vogeltje dat leert vliegen op bijzonder levendige wijze, met veel muziek, mime en humor. Erg leuk voor iedereen en komende week nog een paar keer te zien in andere bibliotheken in en rondom Haarlem, tip dus!

Roland Garros

Valentova tegen Linette. Nooit van gehoord. Tiebreak, derde set. Toch wel spannend… Het commentaar is in het Pools, waarschijnlijk omdat Valentova Poolse is? Of Linette?

Roland Garros is begonnen, dus het rode baksteen stuift je kamer in. Je kunt er de hele dag mee zoet zijn. Het is vechttennis, karaktertennis. Met verrassende uitslagen vaak, omdat de harde kracht van de topspelers wordt geneutraliseerd door de ondergrond.

Het lijkt een beetje een schaakspel. Wie krijgt hem de hoek in? Wie houdt de druk vast? Dat is erg leuk om naar te kijken. Het publiek is Frans. Veel zonnebrilletjes, vlotte pakjes, erg enthousiast (zeker als er landgenoten spelen). Af en toe zie je schimmen van de Eiffeltoren op de achtergrond, dat helpt ook mee.

Ik pak Victor Hugo en Zola er maar weer eens bij.