Workshop Kinderboekenweek

Woensdag (begin Kinderboekenweek).

Vandaag gaven we een workshop in AZC Alkmaar De Waaier, een mooie ervaring!

We vertelden kort iets over onszelf, ik las ons prentenboek ‘Kleine wijze wolf’ voor, eigenlijk voor het eerst voor een Nederlandse groep sinds onze boekpresentatie. We kletsten kort over de ‘wereld’ waar een verhaal zich afspeelt en gingen daarna met houtskool aan de slag.

We lieten de kinderen ontdekken hoe je sjablonen kunt knippen en met houtskool, krijt en grote vormen al snel een wereld kunt tekenen.

De kinderen waren leuk, lief, enthousiast, talentvol en hartverwarmend. We wisten tijdens het voorlezen niet zeker of ze het verhaal begrepen, maar het sprookje werkte nog altijd en deed z’n magie. Tijdens het voorlezen konden ze de platen op het digibord zien en in de tekeningen zagen we allemaal elementen uit het verhaal terugkomen, zo mooi.

Tip: de vele vertalingen van ons wolvenboek deden hun ogen glimmen. Zodra we een boek in een taal omhooghielden die ze herkenden, werden zenthousiast. Het prentenboek werkte ook opvallend goed voor de oudere groep.

Verhalen verbinden, dat is duidelijk!

Achtenveertig zwanen

Zondag in Carré, waar het Shanghai Ballet vierentwintig zwanen verdubbelde tot achtenveertig - en waar een zwerm dansers een zaal van negenhonderd mensen betoverde.

Beste lezer,

Zondagmiddag. Carré, met m’n dochters, we zaten klaar voor Het Grootste Zwanenmeer Ter Wereld. Vierentwintig zwanen zijn er in de oerversie. Hier stonden er achtenveertig. Ik heb ze niet geteld, maar veel waren het wel.

Het verhaal kent iedereen: Odette, door tovenaar Rothbart vervloekt en in een zwaan veranderd; de prins die haar ’s nachts bij het meer vindt en zijn hart verliest; en de gemene kaart die Rothbart speelt door zijn dochter Odile als Odette naar het paleis te sturen, want ware liefde kan de betovering verbreken, en dat wil een tovenaar nu eenmaal niet.

Maar je gaat niet voor het verhaal. Daar kom ik zo op.

Wat je ziet is theater zoals het bedoelt is, mist die opstijgt waar een meer zou moeten zijn, bliksem die over het toneel flitst, en dan de zwermen: balletdansers die zich in formaties ordenen die bijna niet meer te volgen zijn. Bij momenten wordt het klassieke ballet zo abstract dat het meer vormen dan mensen zijn.

Carré is een zaal van negenhonderd plaatsen, en dat is precies genoeg. Maar het echte wonder waren de dansers. Ik was jaloers op die tovenaar dat hij daar zo heerlijk tussen die teere zwanen door danste, zwevend zo leek, met de cape als symbool voor zijn zwarte kunst.

Het drama eindigt doorgaans tragisch. Hier niet, en vond ik dat prima. Beetje hoop kunnen we wel gebruiken, zeker in dit soort tijden.

Meer foto’s waren helaas niet toegestaan.

Boekfest 2026

Het nieuwe boekenseizoen begint op een zonnige zondag in Utrecht met Boekfest in TivoliVredenburg.

Dochter L. kent het gebouw ondertussen op haar duimpje - de voorleeswedstrijden, het vrijwilligerswerk, al die zalen waar ze ooit nog net te klein voor was. Nu leidt ze mij rond.

We luisteren naar David Vlietstra en Milouska Meulens over hun nieuwe boeken; Ionica Smeets houdt het gesprek licht. We lopen rond langs de kraampjes en luisteren naar een voordracht. Maar de mooiste vondst wacht buiten, waar het plein vol in de zon ligt: de Utrechtse Boekenmarkt. Overvol met kramen, en L. vindt er een trilogie van een schrijfster die ze al weken in haar hoofd heeft.

Daarna dolen we langs de nieuwe locatie van het Kinderboekenmuseum, belanden in boekwinkel Broese en drinken we frappuccino’s in het zonnetje. Ondertussen namen Jaap en Bas van De Grote Vriendelijke Podcast een live aflevering op met Jacques Vriens - tachtig jaar oud, vijftig jaar kinderboekenschrijver. Die beluisteren we vanavond nog wel, nu eerst flink bijlezen.

Op naar een nieuw boekenseizoen!

De expositie van Fiep Westendorp in het Rijks was wat ik verwacht had (en meer!)

Het was heel druk. In het hele Rijks, in onze hoofdstad Amsterdam, en zeker ook bij Fiep. Jong en oud, nieuwe liefhebbers en oude fans verdrongen zich om haar werk en de mooie verhalen erover die erbij stonden of die je oortjes verteld. De curatoren hadden dan ook een hele goede selectie gemaakt, die me soms de adem benam. Wat was ze goed, die Fiep!

Het ontroerde me vooral. Ook omdat ik het als kind al fantastische tekeningen vond, en al die boeken talloze malen heb verslonden en ze (denk ik) nu nog steeds mooi zou vinden, ook als het de eerste kennismaking met haar werk zou zijn, want zo tijdloos is het wel.

Dat is een wonder. Zonder deze illustraties zou Annie MG Schmidt wellicht alweer vergeten zijn, omdat wat zij schreef veel sterker verbonden was met de tijdgeest; Jip en Janneke bijvoorbeeld, maar ook Floddertje, Abeltje, Otje, noem de jeugdhelden maar op. Pluk is wat universeler, maar of hij het had gered had zonder bijv. zijn door Fiep getekende kraanwagentje? De Stampertjes? Aagje? De Heen-en-weerwolf. Dat vraag ik me af…

Soms hingen al deze beelden iets te opgepropt aan de museummuur van het Rijks naar mijn smaak, maar met zoveel moois is het vast héél moeilijk kiezen. Doe er de volgende keer maar een zaaltje bij, heren en dames curatoren.

Daarna nog een snel bezoek aan de nieuwe locatie van de Kinderboekwinkel aan de Rozengracht gebracht. Prachtig geworden! En zo stond ik alweer met de catalogus van Fiep Westendorp in mijn handen, tevreden.

Van Homerus naar Hollywood: over de The Odyssey van Cristopher Nolan

Afgelopen zaterdag zat ik met mijn beide dochters in de relaxfauteuils van Pathé, een bak veel-te-zoute popcorn delend, terwijl we ons onderdompelden in Christopher Nolans film The Odyssey. Een ruime drieënhalf uur later (inclusief pauze) verlieten we de zaal met een flinke lading zee in ons hoofd en een hoop vragen.

Ik heb wel wat kritiek op bepaalde delen, maar als geheel was The Odyssey meeslepend en boeiend. Nolan slaagt erin om Homerus’ klassieke epos te transformeren tot een visueel spektakel dat gaat over oorlog, heimwee en menselijke trauma’s. De film heeft een prettige aardsheid – al had het hier en daar best wat literairder gemogen. Zeus en Hermes deden niet mee. Gelukkig kwam de godin Athena af en toe toch om de hoek kijken.

Het origineel versus de film

Homerus’ Odyssee is - zoals bekend - een van de oudste literaire werken ter wereld en volgt Odysseus’ lange reis naar huis na de val van Troje. In het origineel moet hij door een reeks beproevingen. Nolan heeft het epos flink gestript tot het eiland van Circe, de Sirenen, Scylla en Charybdis, en de cycloop Polyfeem. Het utopische eiland Phaeacia, de list met ‘Niemand’ hebben bijvoorbeeld geen plek gekregen. Die gevaren hebben sowieso meer een bijrol gekregen in Odysseus’ persoonlijke strijd rond de vraag: Wie ben ik eigenlijk nog als ik strakss thuiskom? Zeker het eiland van Circe is bijna een vreemd psychologische instelling geworden.

Matt Damon, Anne Hathaway en Tom Holland

In het origineel zit Odysseus’ geliefde overdag flink door te weven en haalt haar werk ‘s nachts uit om tijd te winnen. Nolans film geeft Penelope, die prachtig gespeeld wordt door Anne Hathaway, eindelijk meer schermtijd en gaat eigenlijk nauwelijks over haar weefwerk zonder dat het stoort.

Matt Damon speelt ook overtuigend en blinkt vooral uit in de stille momenten: wanneer Odysseus zich realiseert dat het leven thuis ook verder is gegaan, dat zijn zoon hem niet kent, dat het huis waar hij van droomt niet meer bestaat. De ontmoeting met zijn zoon Telemachus (gespeeld Tom Holland) is vrij rauw en vol wanhoop. Damon speelt het superieur.

Tom Holland als Telemachus krijgt juist veel minder ruimte. In het origineel heeft hij zijn eigen heldentocht, maar Nolan koos voor Damon en Hathaway, dat vonden we een beetje jammer. Athena’s ingrepen blijven gelukkig aanwezig, maar de hele thuiskomst verandert van karakter: in plaats van het epische gevecht tegen de vrijers kijken we naar een moeilijke worsteling van een ouder wordende held. De film gaat zo veel meer over de vraag hoe je een leven heropbouwt na een traumatische oorlog en weer nieuwe invulling geeft.

Ziet er goed uit!

De zee is grijs en dreigend, het licht is kil en realistisch zodat je goed voelt dat je in een verloren wereld bent beland. Soms ziet de film er bijna documentair (ik bedoel dan opmerkelijk realistisch voor zo’n epische film) uit, wat de menselijke kanten versterkt. Zelfs de scènes in de Hades zijn daar geen uitzondering op. Nolan en zijn cameraman Van Hoytema filmden rondom en op de Middellandse Zee, in Schotland, IJsland en de Sahara. Waarbij, zo las ik ergens, maar liefst 609 kilometer aan film werd gebruikt en zoiets zie je wel terug gelukkig.

Geinspireerd…

Een goede aanleiding voor (her)lezing van het boek vond ik het, ik greep naar:

  • Ilios & Odysseus, Imme Dros & Harrie Geelen (ill.), Querido, €24,99; wat mij betreft de mooiste jeugdversie.
  • Odyssee, Stephen Fry, vertaling Pon Ruiter e.a., Thomas Rap, €24,99 – Fry toont zich een geestige herverteller met een frisse toon.

De zelfscankassa

Er is in dit land een instrument uitgevonden dat je in tien seconden tot verdachte maakt. Verdachte van iets wat je niet hebt gedaan, en dat instrument heet natuurlijk… de zelfscankassa.

Bij mij ging het een keer over sponsjes. Gewone sponsjes, uit de Kruidvat, die toevallig sprekend lijken op de sponsjes die de supermarkt zelf verkoopt. Ik moest uitleggen waar ik mijn eigen sponsjes vandaan had. Ik, vijftig jaar oud, met een leven vol successen en mislukkingen, stond mij te verantwoorden tegen een puber voor een stukje huishoudtextiel.

Lang leve de zelfscankassa.

Ik weet: mijn generatie zegt altijd dat vroeger alles beter was, en dat is meestal onzin. Maar bij de zelfscan mag ik het toch even zeggen. Ja dat lucht op.

En dan dus die steekproeven. Ik snap het nut, ik snap de logica, maar er kleeft iets vernederends aan het moment waarop een vijftienjarige medewerker je tas doorzoekt naar deze “onverwachte artikelen” terwijl de rij achter je meewarrig meekijkt, alsof je zonet als de badguy uit een politieserie bent weggelopen.

In Zweden, waar we op vakantie waren, is een balie voor meer dan 10 artikelen gewoon altijd open, met een mens erachter, die je aankijkt en “hej” zegt.

Dit meer

Wat is beter dan één meer? Tien meren. Honderd meren. Hier in Zweden liggen ze voor het oprapen, het ene nog stiller en mooier dan het andere, alsof de natuur even niet wist wanneer ze moest stoppen. Eilandjes, rotsen, statige dennen, bosbessenstruiken, vuurplaatsen, schuilhutjes, picknicktafels — het is bijna opdringerig, zoveel schoonheid. Maar goed. Wat is er nu werkelijk beter dan één meer? Het meer waar ik toevallig aan zit.

Het is een vismeer, met roeibootjes en peddels erbij, en een vuurplaats waar je je vangst zelf kunt roosteren. De tafel staat al gedekt, zeg maar; je moet er alleen zelf nog een vis bij zien te krijgen, wat — ik zeg het maar vast — bij mij zelden lukt. Er staat ook een schuurtje waar je in theorie zou kunnen slapen, maar dat is zo’n bouwsel waarvan je na één blik weet: hier overnacht ik niet, hier overnacht hooguit een das. Voor je picknickspullen tijdens het tenten of camperen is het prima.

De bosbessenstruiken staan er in overvloed, alleen hebben ze nog niet het fatsoen gehad om bessen te produceren. Hier en daar een enkeltje, veelbelovend bungelend, maar voor een fatsoenlijke bosbessentaart of een handje door de muesli moet ik nog wat geduld hebben. Ik wacht het rustig af, met een gezicht alsof ik dat gewend ben.

Verder is het hier doodstil, zo stil dat je je eigen stem hoort als een aankondiging. Elk woord dat je zegt maakt een klein knalletje in de lucht, ook al fluister je het bijna. Ik ben, geloof ik, geen bijzonder introvert type, maar ook niet iemand die op een feestje de polonaise begint — hier maakt dat allemaal niets uit. Je kunt doen wat je wilt. Je kleren uittrekken en het water in springen, bijvoorbeeld. Misschien doe ik dat straks nog. Onbespied, op één auto na die net voorbijkwam: een vader met een visserszoontje, die vermoedelijk meer belangstelling hadden voor snoek dan voor mij.

Je lijkt hier een beetje te zwerven — in het licht, in de wind, in de tijd — en krijgt zomaar een vrijheidsgevoel dat ik, eerlijk gezegd, nergens anders zo heb gehad. Al zou een bosbessentaart het feestje natuurlijk compleet maken. Ps. Niet veel later ontdekten we toch wat goede plekjes.

Ze bestaan écht in Zweden: de krumuleutpillen (ook wel bekend als “krumelurpiller”) die Pippi Langkous dagelijks slikt om nooit groot te hoeven worden. Wij namen de hele doos om mee te dealen in Nederland (en - je weet maar nooit…- van de winsten een nieuwe uitgeverij op te richten 😍).

Oerlelijke kermisposters

over AI

Er komt een nieuwe kermis bij ons in de buurt. Wat ik daarvan vind, is voor een andere keer. Waar het me vandaag om gaat, is de poster. Niemand lijkt daar nog verantwoordelijk voor te zijn.

Het is duidelijk door AI in elkaar gezet. Iemand heeft waarschijnlijk drie half afgemaakte zinnen ingetypt, op Enter gedrukt en gedacht: ja hoor, prima zo. En dat was het weer. Klaar. Hup naar de drukker met dat ding.

Begrijp me niet verkeerd: kermisposters zijn van oudsher geen toonbeelden van grafisch vernuft. Ze zijn vaak schreeuwerig, druk en subtiel als… een botsauto die achteruit tegen een hotdogkraam, waarna de achtbaan het begeeft en alles met suikerspin weer aan elkaar gelijmd moet worden. Dat hoort er een beetje bij.

Maar dit…

Dit is een nieuw soort lelijk. Niet het soort waarvan je denkt: een talentloos iemand heeft hier in elk geval zijn best op gedaan. Nee, dit is zielloos lelijk. Alsof niemand er ooit echt naar gekeken heeft.

Ik zag hetzelfde laatst bij een sportkantine. Ik dacht nog: er moet toch iemand zijn? Iemand die het bestand opent, er vijf seconden naar kijkt en denkt: “Misschien toch niet.”

Blijkbaar niet.

Dit hieronder zijn wat oude Franse posters, waaraan je kan zien hoe het ook kan. En de betreffende poster.

Zomergedichten

Sommige tijdschriften voelen als een zomerdag. De nieuwe editie van DICHTER is er zo eentje. Verwacht gedichten die ruiken naar warm gras, lange avonden en vakantie, illustraties van Liekeland waar je echt blij van wordt en creatieve schrijfopdrachten die je alleen kunt doen of samen met je klas.

De illustraties zijn dus gemaakt door Lieke van der Vorst, de illustrator en kunstenaar achter Liekeland. Vanuit Eindhoven creëert zij al sinds 2011 werelden die tegelijk verstild en levendig aanvoelen. Met kleurpotlood, balpen en olieverf bouwt ze haar beelden zorgvuldig op, lijn voor lijn.

Wat haar werk zo bijzonder maakt? Het doet Japans aan in zijn eenvoud en compositie, is helder van kleur zonder schreeuwerig te zijn, en heeft volop aandacht voor de kleine details. Overal duiken dieren op: honden, ganzen, ezels en vliegende metgezellen die haar illustraties bevolken; soms absurdistisch en soms vanuit hun rol. In de details valt altijd wel iets nieuws te ontdekken.

De figuren in haar werk zijn vaak alleen, maar zelden eenzaam. Ze bevinden zich in kleine paradijsjes: tuinen, buitenplekken en stille landschappen waar je zelf ook meteen zou willen neerstrijken. Mensen en dieren leven er in een vanzelfsprekende harmonie samen. Die rust zit niet alleen in het beeld, maar ook in het maakproces. Lieke vertelt dat tekenen haar ontspant — en die kalmte straalt van iedere illustratie af.

Het fullcolour zomernummer van DICHTER is dan ook schitterend geworden. Naast de illustraties staat deze editie natuurlijk vooral weer vol poëzie. Je vindt er gedichten van onder anderen Annemarie van den Brink, Ienne Biemans, Jos van Hest, Mary Heylema, Hans Kuyper, Pim Lammers, Joke van Leeuwen, Elle van Lieshout, Benny Lindelauf, Erik van Os, Kate Schlingemann, Linda Vogelesang, Sandra de Weijze, Bette Westera en ondergetekende.

En er is meer. Zoals altijd nodigt DICHTER lezers uit om zelf aan de slag te gaan met taal. In deze editie vind je onder meer:

  • een laatste-woordengedicht, gemaakt met woorden uit de gepubliceerde gedichten;
  • opdrachten om nieuwe zomerwoorden te bouwen;
  • een zelfportret maken in getallen;
  • en nog veel meer verrassends…

*  Kortom: een nummer vol zon, verbeelding, poëzie, voor kinderen, volwassenen en iedereen daartussenin. Of, zoals de titel al zegt: van 6 tot 106 jaar.