Er zijn weinig avonden waarop je met een groep onbekenden door de modder van een Amsterdams bos sjokt op zoek naar een insect dat niemand kent of ziet. Maar gisteren was ik naar een “glimwormparty” in het Vliegenbos in Amsterdam Noord, een kleine kantine die was ingesloten door allerlei vervallen havenindustrie, voormalige hippiekolonies, oude scholen en vergeten woonwijkjes …
M. die het leidde was eerder stadsdichter van Amsterdam geweest en werd nu geïnterviewd door de Volkskrant over haar nieuwste project. Ze vertelde hoe de glimworm symbool stond voor van alles. En zei dingen als: “over de glimworm wordt al miljoenen jaren geschreven” en “een glimworm schuilt in ons allemaal” Ik wist niet helemaal of de wetenschap dit 100% ondersteunde, maar de poëzie ervan beviel me. Dichters doen dat in ieder geval al heel lang: zoeken naar glimmende woorden in de modder van de taal.
Zo liep ik tamelijk opgewekt naar een klein kantinetje dat daar stond opgesteld in een tuin vol bankjes, thee, chips, een podiumpje met daarop een grote witte wolfshond.
Het werd onverwachts druk, zeker voor een party die vooral over glimwormen ging. Ik vermoedde dat dit kwam vanwege het natuuraspect. De gilmwormen hadden al veel voor elkaar gekregen, werd me verteld: zo waren alle straatlantaarns vanaf elf uur in het Vliegenbos verboden, dankzij… jawel… serious business voor een onzichtbaar insect!
De sfeer was ontspannen, het kostte allemaal niks en iedereen praatte met elkaar. Mensen kwamen aansjokken van alle kanten. Sommigen per kano. Vanaf tien uur viel de schemering echt in en gingen we op pad.
Er werd nog wat gehupt en gehumt door zangeres J om ons nog aardser te maken dan we al waren. Ik overwoog zelfs kort om een gedicht voor te dragen, daar was dit precies de juiste groep voor, maar ik had niks bij me over een glimworm.
Om ons heen klonken geluiden van dreunende feesten uit zomers Amsterdam. En opeens slaakte iemand een doordringende gil en wees naar een klein groen puntje: DAAR!
