De zelfscankassa

Er is in dit land een instrument uitgevonden dat je in tien seconden tot verdachte maakt. Verdachte van iets wat je niet hebt gedaan, en dat instrument heet natuurlijk… de zelfscankassa.

Bij mij ging het een keer over sponsjes. Gewone sponsjes, uit de Kruidvat, die toevallig sprekend lijken op de sponsjes die de supermarkt zelf verkoopt. Ik moest uitleggen waar ik mijn eigen sponsjes vandaan had. Ik, vijftig jaar oud, met een leven vol successen en mislukkingen, stond mij te verantwoorden tegen een puber voor een stukje huishoudtextiel.

Lang leve de zelfscankassa.

Ik weet: mijn generatie zegt altijd dat vroeger alles beter was, en dat is meestal onzin. Maar bij de zelfscan mag ik het toch even zeggen. Ja dat lucht op.

En dan dus die steekproeven. Ik snap het nut, ik snap de logica, maar er kleeft iets vernederends aan het moment waarop een vijftienjarige medewerker je tas doorzoekt naar deze “onverwachte artikelen” terwijl de rij achter je meewarrig meekijkt, alsof je zonet als de badguy uit een politieserie bent weggelopen.

In Zweden, waar we op vakantie waren, is een balie voor meer dan 10 artikelen gewoon altijd open, met een mens erachter, die je aankijkt en “hej” zegt.