Stop een banaan in je oor en maak er wat van!

Wim T. Schippers is er niet meer en dat is een groot verlies. Niet zozeer zijn museale werk, zijn pindakaasgeknoei of zijn standbeelden fascineerden me, maar de manier waarop zijn zinnen gingen.

Dat rare afslaan halverwege een zin, gevolgd door een geniale inval, waardoor je ineens in onbekend, onvermoed gebied terechtkwam.

Of zijn radio-improvisaties, zelfs wanneer iemand hem een doodgewone vraag stelde. Sommige cabaretiers kunnen dat, of een Godfried Bomans.

Wim T. deed zijn mond open en je dacht: o nee… wat gaan we beleven?

En tegelijk: ja. Neem me mee.

We zaten ooit tegenover hem bij een diner, in de kerk die onlangs afbrandde. We waren nog erg jong. Hij praatte veel en ik kon niet ophouden met lachen.

Zelf zal ik weinig gezegd hebben. Of misschien juist wel, want hij vroeg ook dingen terug. Hij was niet alleen aan het zenden.

En dan Bert en Ernie.

Bert is verdrietig en nors. Dan begint Ernie uit te leggen hoe alles nóg erger kan.

Stel dat je duif dood is, Bert.

Stel dat ík wegga en nooit meer terugkom.

Dan kunnen we niet meer naar de dierentuin. Geen eendjes voeren.

Ernie sleept zichzelf steeds verder zijn eigen rampscenario in. En Bert?

Die wordt steeds vrolijker.

Kinderpoëzie.

Ernie eindigt ontredderd, meegesleurd door zijn eigen verbeelding en er kapot van, terwijl Bert helemaal is opgeknapt.

Wat zijn wij als kinderen verwend geweest met Sesamstraat.

Dus ik zou zeggen: stop een banaan in je oor en maak er wat van.