Twee dagen, Acht films

Vrijdag 30 januari begon vroeg, zoals dat hoort op het filmfestival (IFFR): koffie en croissant in de hand, je muts en sjaal verliezend om op tijd in de ochtendrij te staan voor een uitverkochte zaal. We waren kortom klaar om ons twee dagen onder te dompelen in filmbeeld.

The History of Sound zette meteen de toon. Deze bitterzoete kroniek van de relatie tussen twee muziekstudenten aan het begin van de twintigste eeuw, met Paul Mescal en Josh O’Connor, was verdraaid knap, universeel — zelfs episch — en zat vol prettige dubbele lagen. Ga hem zien als je de kans krijgt!

Meteen daarna schakelden we moeiteloos over naar Butterfly: wat raarder, intiemer en soms wat ongemakkelijk. Twee Noorse zussen ontmoeten elkaar na lange tijd op Gran Canaria na de dood van hun moeder, en er komt van alles naar buiten — en naar boven. Goed gespeeld, dat wel, maar de film dwarrelde toch (net als hun moeder, the Butterfly Lady — sorry, flauw, maar zo was het echt…) alle kanten op en wist niet helemaal te bevredigen.

Met Life Is Life keerden we terug naar De Doelen en naar Italië. Heel sterk en aangrijpend, dit moderne David-en-Goliath-verhaal over een koppige Sardinische boer en de macht van het grote geld, wanneer projectontwikkelaars appartementen willen bouwen rondom zijn traditionele familiehuis, bij het strandje waar hij zijn vee altijd laat grazen. Tranen in m’n ogen toen hij na jaren de overwinning binnenhaalt. Ga dat ook zien — echt een juweeltje!

Inmiddels voelde het alsof de dag al een kleine week duurde — op de goede manier. De vrijdag werd voor ons afgesloten in het Oude Luxor met Father Mother Sister Brother van Jim Jarmusch, waarvoor een extreem lange rij stond. Wat hiervan te denken? Werden hier stroopwafels verkocht? Nou ja, zoiets, want er bleek een filmster bij de Q&A aanwezig: Cate Blanchett zelf, die hadden we dus even gemist.

De film zelf — want daar gaat het natuurlijk om — was lekker eigenwijs. Als je van het minimalistische Jarmusch-stijltje (Broken Flowers, Night on Earth, Dead Man) houdt, ben je vast al snel om. Maar het was ook een beetje sloom; soms echt geestig sloom, maar het clowneske lag naar mijn smaak vaak net té dichtbij om je écht te raken, terwijl het als comedy net niet grappig genoeg was. Desalniettemin: goed spel, absurde humor en boordenvol pijnlijke momenten. Genoeg te genieten. Tegen middernacht liepen we naar buiten met dat typische festivalgevoel: moe, vol beelden en zeer tevreden.

Dan dag twee. De wekker gezet om op tijd te zijn voor een “gevoelig portret van de New Yorkse poëziescene”. Wederom een uitverkochte zaal, en dat op dit tijdstip. Willem Dafoe speelt dan ook een indrukwekkende, vergeten dichter die opnieuw populair wordt in Late Fame, en wat draagt hij mooi voor. Wow!

Daarna A Survivor’s Tale: rauw, sprookjesachtig en confronterend. Deze kostuumfilm — waarschijnlijk niet met de budgetten van bijvoorbeeld Game of Thrones — moest even op me inwerken voordat ik overtuigd was, maar daarna kroop dit middeleeuwse sprookje over een ijzersterk adellijk meisje dat wordt uitgehuwelijkt aan een verre bloedverwant en onderweg zwanger raakt van de man die haar zou beschermen, diep mijn hart in. Een bewonderenswaardige prestatie van regisseur Micha Wald en actrice Salomé Dewael!

Met Krakatoa keerden we weer terug naar de werkelijkheid. “De meeslepende reis van de Javaanse visser”, zoals de vreemde beschrijving luidt, bestaat hooguit in de dromen van deze maker. De film blonk uit in langdradigheid en experimentele shots die meer deden denken aan een installatie in een vaag kunstmuseum dan aan onderhoudend drama. De soundtrack verdiende wel een pluim, alleen al voor het geduld dat nodig is om zoiets te maken onder zulke waardeloze beelden. De halve zaal lag te snurken, ondanks dat het geluid tekeer ging als een gek. Maar ach… dat hoort ook bij een filmfestival.

De afsluiter, Fuori, voelde als een passende punt achter twee intensieve filmdagen. Na het zien van deze film wil je niets liever dan de verhalen van auteur Goliarda Sapienza lezen op een terrasje ergens in Rome. Italiaanse bezweringen terwijl er vrolijk auto’s worden gestolen en een hele gevangenis spontaan een opera meezingt. Een film die je vol vragen en verlangens naar huis stuurt. Precies wat je wilt aan het einde van zo’n weekend.

Acht films in twee dagen: precies waarom we er al jaren komen — voor deze overdaad. De volle zalen, de verrassingen en de nagesprekken maken het tot een mini-vakantie. En het festival duurt nog de hele week!

Groepsportret met karakter(s)!

Droom weg in deze poster met 142 bekende Nederlandse Kinderboekenfiguren, het afscheidscadeau van illustrator en Kinderboekenambassadeur Martijn van der Linden. Naar dit groepsportret kan je eindeloos kijken terwijl je even denkt aan de verhalen die je hebt gelezen. Ik vind' m geweldig. Kan je ‘Kleine wijze wolf’ vinden? Of ‘De haas zonder neus’ van Hanneke 🥰?

Poëzieweek 2026

Tijdens Poëzieweek 2026 (van 29 januari t/m 4 februari 2026) vieren we de Poëzie, met dit jaar als thema “Metamorfose”. Ik kijk er naar uit om de gedichten die Ellen Deckwitz voor deze veertiende editie schreef (vanaf morgen) in het Poëziegeschenk 2026 te mogen lezen! Zoals Ellen zelf zegt: “Voor dit soort interessante tijden is er geen toepasselijker thema denkbaar.”

Meer poëzie is nodig als de wereld in de war is, lees elke dag een (kinder)gedicht!

Zie ook: www.poezieweek.nl

Een zondag

Een zondag met geklus, met chocolademelk, met boeken en de Volkskrant waarin het romanpersonage “Boris Becker” (want zo ontwikkelt hij zich wel) aan de tand werd gevoeld, met gebakken eitjes, met mooi licht door het glas-in-lood en flink wat kou buiten. Ga-ga-gaan we nog wandelen vandaag? Of toch maar brrr-be-beter van niet? We waren er vorige week ook al op uit. Zo’n zondag… Verder niks gedaan. En toen ging de zon weer onder, zoals Nescio zou zeggen.

Zie ook: https://www.volkskrant.nl/volkskrant-magazine/boris-becker-elke-dag-draait-om-overleven-zodra-je-je-cel-uitgaat-ben-je-op-jezelf-aangewezen~be394272/

De Nationale Voorleesdagen

De Nationale Voorleesdagen zijn gestart. Dit jaar staat het prentenboek ‘Kleine aap’ van Mies van Hout centraal (en natuurlijk de Prentenboek Top 10). ‘Kleine aap’ is een hartverwarmend verhaal over een aapje dat iets heel leuks wil vertellen. Maar wat als niemand in de jungle echt lijkt te willen luisteren?

Een fijn boek, eigenlijk vooral vanwege de heerlijke prenten van Mies, om samen te lezen, te bekijken en het gesprek aan te gaan. Weet jij de clou van het verhaal?

Een kwal

Tijdens haar eerste ronde partij op de Australian Open wist tennisster Naomi Osaka opnieuw alle ogen op zich te richten. Dit keer niet met haar tennis, maar met een witte sluier, een hoed en een parasol. Osaka vertelde na de wedstrijd (die ze won) dat het idee ontstond terwijl ze haar dochtertje voorlas uit een kinderboek over een kwal.

Nu ben ik benieuwd: welk boek zou dat geweest kunnen zijn? Misschien ‘Promenade sous l’océan’, een Frans babyboekje waarin jonge lezers onder water op ontdekking gaan, langs onder andere… een kwal? Of weet iemand het beter?

Verstoorde rust

Vandaag is het een heldere januaridag, al wordt de rust in Haarlem flink verstoord door het constante vliegtuiglawaai van Schiphol. Best irritant.

Toch werk ik gestaag door: ik rommel wat aan prentenboekteksten, schrijf kindergedichten en herlees enkele synopsissen voor YA. Een rustige werkdag dus, met twee kleine smetjes: een afwijzing van een gedicht waar ik lang aan heb gesleuteld — “het paste niet bij de rest van de publicatie” — en het toch wat trieste nieuwtje dat Eveline Aendekerk afscheid neemt van de CPNB, aangekondigd tijdens de nieuwjaarsborrel.

Uitgelezen

Ik las in december weer enkele prachtige boeken, waaronder vroege verhalen van Patricia Highsmith, het kinderboek ‘Albatros’, ‘Hoe de Zweden het dromen uitvonden’: een nieuwe van die heerlijk droge Jonas Jonasson (van de 100-jarige die uit het raam sprong) en ‘Springlevend’, bevlogen teksten over klassieke verhalen van Saskia de Bodt. Allemaal zekere aanraders.

Saskia de Bodt (zoals de meeste mensen weten) heeft jarenlang een leerstoel bekleed over kinderboekenillustratie, een bijzonder hoogleraarschap ingesteld door de Fiep Westerdorp Foundation met als opdracht om de geschiedenis van de boekillustraties vast te leggen. Dus als iemand specialist is in dit onderwerp!)

1 januari

1 januari reeds. Voor ik het wist schreef ik spitsvondige sinterklaasgedichten, liep ik een stevige griep op met koorts en vierde ik kerst met het hele gezin in Zweden. Tussendoor kwamen er verzoekjes binnen voor gedichten in kalenders en schoolmethodes en bestelde ik bij Atheneum Boekhandel een nieuwe Sempé-agenda: L’agenda des prénoms (net iets minder dan Bonne humeur van vorig jaar maar ik ben dol op zijn illustratiewerk).

Zijn tekeningen lijken simpel, maar zijn het nooit. Met een paar lijnen vangt hij humor, weemoed en het alledaagse leven. Samen met René Goscinny maakte hij Le Petit Nicolas, en voor The New Yorker tekende hij talloze covers.mSteeds weer duikt Parijs op. Een fijne manier om het jaar te beginnen. Hoe begin jij het nieuwe jaar?