Geen Zweed kijkt om

Zweden is ruimte. Je hebt de wind, de bomen, de zon of de grijze wolken als buren. Je kunt je gedachten hardop uitspreken. Rustig of luid. Je kunt in een luidkeelse scheldpartij (of een aria) uitbarsten zonder dat een Zweed omkijkt. Achter in je tuin. Maar ook bij een van de vele meren op verlaten vuurplekken, aan klotsende steigertjes, of gewoon op een grote boomwortel. Niemand heeft er last van en niemand vindt er wat van. Het je onbespied wanen, dat is één van de grote aantrekkingskrachten van dit land, denk ik.

En er zijn dieren. Je ziet hier reeën wegspringen, roofvogels, kraanvogels. Er zijn zwijnen op de akkers en eekhoorns in de bomen voor ons huis. We hopen steeds op een eland. Het kan elk moment gebeuren, want ook de dieren voelen zich hier onbespied. Ze worden niet achterna gezeten door loslopende honden.