Posts in "movie"

Van Homerus naar Hollywood: over de The Odyssey van Cristopher Nolan

Hoe Nolan het klassieke epos transformeert

Alleen al om Agamemnon moet je ’m zien

Afgelopen zaterdag zat ik met mijn beide dochters in de relaxfauteuils van Pathé, een bak veel-te-zoute popcorn delend, terwijl we ons onderdompelden in Christopher Nolans film The Odyssey. Een ruime drieënhalf uur later (inclusief pauze) verlieten we de zaal met een flinke lading zee in ons hoofd en een hoop vragen.

Ik heb wel wat kritiek op bepaalde delen, maar als geheel was The Odyssey meeslepend en boeiend. Nolan slaagt erin om Homerus’ klassieke epos te transformeren tot een visueel spektakel dat gaat over oorlog, heimwee en menselijke trauma’s. De film heeft een prettige aardsheid – al had het hier en daar best wat literairder gemogen. Zeus en Hermes deden niet mee. Gelukkig kwam de godin Athena af en toe toch om de hoek kijken.

Het origineel versus de film

Homerus’ Odyssee is - zoals bekend - een van de oudste literaire werken ter wereld en volgt Odysseus’ lange reis naar huis na de val van Troje. In het origineel moet hij door een reeks beproevingen. Nolan heeft het epos flink gestript tot het eiland van Circe, de Sirenen, Scylla en Charybdis, en de cycloop Polyfeem. Het utopische eiland Phaeacia, de list met ‘Niemand’ hebben bijvoorbeeld geen plek gekregen. Die gevaren hebben sowieso meer een bijrol gekregen in Odysseus’ persoonlijke strijd rond de vraag: Wie ben ik eigenlijk nog als ik strakss thuiskom? Zeker het eiland van Circe is bijna een vreemd psychologische instelling geworden.

Matt Damon, Anne Hathaway en Tom Holland

In het origineel zit Odysseus’ geliefde overdag flink door te weven en haalt haar werk ‘s nachts uit om tijd te winnen. Nolans film geeft Penelope, die prachtig gespeeld wordt door Anne Hathaway, eindelijk meer schermtijd en gaat eigenlijk nauwelijks over haar weefwerk zonder dat het stoort.

Matt Damon speelt ook overtuigend en blinkt vooral uit in de stille momenten: wanneer Odysseus zich realiseert dat het leven thuis ook verder is gegaan, dat zijn zoon hem niet kent, dat het huis waar hij van droomt niet meer bestaat. De ontmoeting met zijn zoon Telemachus (gespeeld Tom Holland) is vrij rauw en vol wanhoop. Damon speelt het superieur.

Tom Holland als Telemachus krijgt juist veel minder ruimte. In het origineel heeft hij zijn eigen heldentocht, maar Nolan koos voor Damon en Hathaway, dat vonden we een beetje jammer. Athena’s ingrepen blijven gelukkig aanwezig, maar de hele thuiskomst verandert van karakter: in plaats van het epische gevecht tegen de vrijers kijken we naar een moeilijke worsteling van een ouder wordende held. De film gaat zo veel meer over de vraag hoe je een leven heropbouwt na een traumatische oorlog en weer nieuwe invulling geeft.

Ziet er goed uit!

De zee is grijs en dreigend, het licht is kil en realistisch zodat je goed voelt dat je in een verloren wereld bent beland. Soms ziet de film er bijna documentair (ik bedoel dan opmerkelijk realistisch voor zo’n epische film) uit, wat de menselijke kanten versterkt. Zelfs de scènes in de Hades zijn daar geen uitzondering op. Nolan en zijn cameraman Van Hoytema filmden rondom en op de Middellandse Zee, in Schotland, IJsland en de Sahara. Waarbij, zo las ik ergens, maar liefst 609 kilometer aan film werd gebruikt en zoiets zie je wel terug gelukkig.

Geinspireerd…

Een goede aanleiding voor (her)lezing van het boek vond ik het, ik greep naar:

  • Ilios & Odysseus, Imme Dros & Harrie Geelen (ill.), Querido, €24,99; wat mij betreft de mooiste jeugdversie.
  • Odyssee, Stephen Fry, vertaling Pon Ruiter e.a., Thomas Rap, €24,99 – Fry toont zich een geestige herverteller met een frisse toon.

Twee dagen, Acht films

Vrijdag 30 januari begon vroeg, zoals dat hoort op het filmfestival (IFFR): koffie en croissant in de hand, je muts en sjaal verliezend om op tijd in de ochtendrij te staan voor een uitverkochte zaal. We waren kortom klaar om ons twee dagen onder te dompelen in filmbeeld.

The History of Sound zette meteen de toon. Deze bitterzoete kroniek van de relatie tussen twee muziekstudenten aan het begin van de twintigste eeuw, met Paul Mescal en Josh O’Connor, was verdraaid knap, universeel — zelfs episch — en zat vol prettige dubbele lagen. Ga hem zien als je de kans krijgt!

Meteen daarna schakelden we moeiteloos over naar Butterfly: wat raarder, intiemer en soms wat ongemakkelijk. Twee Noorse zussen ontmoeten elkaar na lange tijd op Gran Canaria na de dood van hun moeder, en er komt van alles naar buiten — en naar boven. Goed gespeeld, dat wel, maar de film dwarrelde toch (net als hun moeder, the Butterfly Lady — sorry, flauw, maar zo was het echt…) alle kanten op en wist niet helemaal te bevredigen.

Met Life Is Life keerden we terug naar De Doelen en naar Italië. Heel sterk en aangrijpend, dit moderne David-en-Goliath-verhaal over een koppige Sardinische boer en de macht van het grote geld, wanneer projectontwikkelaars appartementen willen bouwen rondom zijn traditionele familiehuis, bij het strandje waar hij zijn vee altijd laat grazen. Tranen in m’n ogen toen hij na jaren de overwinning binnenhaalt. Ga dat ook zien — echt een juweeltje!

Inmiddels voelde het alsof de dag al een kleine week duurde — op de goede manier. De vrijdag werd voor ons afgesloten in het Oude Luxor met Father Mother Sister Brother van Jim Jarmusch, waarvoor een extreem lange rij stond. Wat hiervan te denken? Werden hier stroopwafels verkocht? Nou ja, zoiets, want er bleek een filmster bij de Q&A aanwezig: Cate Blanchett zelf, die hadden we dus even gemist.

De film zelf — want daar gaat het natuurlijk om — was lekker eigenwijs. Als je van het minimalistische Jarmusch-stijltje (Broken Flowers, Night on Earth, Dead Man) houdt, ben je vast al snel om. Maar het was ook een beetje sloom; soms echt geestig sloom, maar het clowneske lag naar mijn smaak vaak net té dichtbij om je écht te raken, terwijl het als comedy net niet grappig genoeg was. Desalniettemin: goed spel, absurde humor en boordenvol pijnlijke momenten. Genoeg te genieten. Tegen middernacht liepen we naar buiten met dat typische festivalgevoel: moe, vol beelden en zeer tevreden.

Dan dag twee. De wekker gezet om op tijd te zijn voor een “gevoelig portret van de New Yorkse poëziescene”. Wederom een uitverkochte zaal, en dat op dit tijdstip. Willem Dafoe speelt dan ook een indrukwekkende, vergeten dichter die opnieuw populair wordt in Late Fame, en wat draagt hij mooi voor. Wow!

Daarna A Survivor’s Tale: rauw, sprookjesachtig en confronterend. Deze kostuumfilm — waarschijnlijk niet met de budgetten van bijvoorbeeld Game of Thrones — moest even op me inwerken voordat ik overtuigd was, maar daarna kroop dit middeleeuwse sprookje over een ijzersterk adellijk meisje dat wordt uitgehuwelijkt aan een verre bloedverwant en onderweg zwanger raakt van de man die haar zou beschermen, diep mijn hart in. Een bewonderenswaardige prestatie van regisseur Micha Wald en actrice Salomé Dewael!

Met Krakatoa keerden we weer terug naar de werkelijkheid. “De meeslepende reis van de Javaanse visser”, zoals de vreemde beschrijving luidt, bestaat hooguit in de dromen van deze maker. De film blonk uit in langdradigheid en experimentele shots die meer deden denken aan een installatie in een vaag kunstmuseum dan aan onderhoudend drama. De soundtrack verdiende wel een pluim, alleen al voor het geduld dat nodig is om zoiets te maken onder zulke waardeloze beelden. De halve zaal lag te snurken, ondanks dat het geluid tekeer ging als een gek. Maar ach… dat hoort ook bij een filmfestival.

De afsluiter, Fuori, voelde als een passende punt achter twee intensieve filmdagen. Na het zien van deze film wil je niets liever dan de verhalen van auteur Goliarda Sapienza lezen op een terrasje ergens in Rome. Italiaanse bezweringen terwijl er vrolijk auto’s worden gestolen en een hele gevangenis spontaan een opera meezingt. Een film die je vol vragen en verlangens naar huis stuurt. Precies wat je wilt aan het einde van zo’n weekend.

Acht films in twee dagen: precies waarom we er al jaren komen — voor deze overdaad. De volle zalen, de verrassingen en de nagesprekken maken het tot een mini-vakantie. En het festival duurt nog de hele week!