Weekend! De mooie Annie M.G. Schmidtlezing van woensdag galmt nog steeds na in mijn hoofd. Wat heb ik geleerd van kinderboekenschrijver Bette Westera, wat blijft hangen?
- Goede jeugdliteratuur gaat uit van het kind. Leg kinderen geen “goede” boeken op. Daarmee sluit Bette Westera naadloos aan bij Annie M.G. Schmidt: dwing niet, maar zoek verhalen die aanspreken, grappig, stout, ontroerend, zonder grenzen of beperking.
- Een goed kinderboek heeft veel lagen. Rovers (of honden, of trolletjes) dragen het verhaal, maar daaronder sidderen de grote thema’s: moed, oprechtheid, verlies, loyaliteit en identiteit. Vrees niet, kinderen voelen zulke thema’s aan.
- Braaf hoeft het niet te zijn, liever spannend of ondeugend. Lang leve de roververhalen!
- Voorlezen vormt. Kinderen leren spelenderwijs over verhaalstructuur, personages, humor, spanning en symboliek - en jijzelf trouwens ook.
- De juiste vragen stellen (na het voorlezen) blijft belangrijker dan het “thema” van het boek (of de connectie met de klassenweek) bepalen. Vraag dus niet alleen: “Heb jij (of je oma) ook een hond?”, maar praat over de hond ín het boek. Wie is die hond? Wat voor problemen heeft die hond? Hoe lost hij ze op?
- Goede jeugdliteratuur is óók voor volwassenen. Een goed prentenboek werkt op meerdere niveaus, maar dat wisten we natuurlijk al lang.
En Bette zei dit allemaal veel beter en ze zei vast nog veel meer, maar dan moet ik ‘m nog een keer horen. Gelukkig kan dat vanaf nu bij de Grote Vriendelijke Podcast, en waarschijnlijk doe ik dat wel op de racefiets van de week. 😍
