Donderdag is mijn schrijfdag. Ik hou van stevige plots: verhalen die ik zelf graag lees en dus ook zelf zou willen schrijven. Maar terwijl ik eraan werk, vraag ik me soms wel eens af: hoe maak je zoiets ooit helemaal af? En voor wie doe je dat eigenlijk? Lange teksten schrijven is en blijft monnikenwerk. Uren alleen zijn met je woorden en gedachten, voortgedreven door volharding, onzekerheid en af en toe een tikje gekte… dat is lang niet altijd leuk. Soms betrap ik mezelf op de vraag of schrijven zonder redactie of weerwoord eigenlijk wel kan. Of dat juist die speciale vorm van eenzaamheid (die wanhopig, maar ook heerlijk is) onlosmakelijk bij het schrijven hoort?